Reisbesluit Binnen- en Buitenland

Dit besluit omvat het begrip loon versus vrije vergoedingen en verstrekkingen onder de nieuwe WKR regeling in relatie tot zakelijke dienstreizen van werknemers. Werkgevers mogen onderstaande vergoedingen integraal toepassen voor een kostenvergoeding aan werknemers.

Besluit is laatst gewijzigd: maandag 19 januari 2015 Met het besluit ‘Loon, vrijgesteld loon en vergoedingen en verstrekkingen’ van afgelopen december actualiseerde de Staatssecretaris van Financiën het eerdere besluit. Het actuele besluit trad op 1 januari 2015 in werking.

Met het besluit van afgelopen 17 december (BLKB2014/1894) actualiseerde de staatssecretaris het besluit van afgelopen 23 juni (BLKB2014/1033M). De wijzigingen zijn vooral het gevolg van het vervallen van de overgangsregeling voor werkgevers die in 2014 nog geen gebruik maakten van de werkkostenregeling en van aanpassing van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 sinds 1 januari 2015. De onderdelen die achterhaald zijn of een voorlichtend karakter hebben, zijn vervallen.

De aanpassing die vooral onze aandacht verdient is de vergoeding conform het Reisbesluit Binnenland en het Reisbesluit Buitenland (onderdeel 3.3.1).

Vergoeding conform de reisbesluiten

De vergoedingen van rijksambtenaren op dienstreis zijn geregeld in onder meer het reisbesluit Binnenland en het reisbesluit Buitenland (hierna: de reisbesluiten). Deze vergoedingen zijn voor de loonheffingen in het algemeen vrije vergoedingen. Dit blijkt uit de toelichtingen op de reisbesluiten. Deze regeling geldt niet alleen voor rijksambtenaren. Als werkgever kunt u de vergoedingsregels van de reisbesluiten integraal toepassen voor een kostenvergoeding aan werknemers, die vanuit kostenoogpunt in gelijke omstandigheden verkeren als ambtenaren op dienstreis. De vergoedingen hebben dan dezelfde fiscale gevolgen. Overleg eventueel met uw belastinginspecteur of de gevallen voldoende gelijk zijn.

Door het besluit van 23 juni 2014 waren verschillende vergoedingen volgens de reisbesluiten niet meer geheel vrijgesteld. In het besluit van 17 december zijn de onbelaste bedragen aangepast. Daarbij gaan de meeste bedragen iets omhoog, behalve het ontbijt.

 

Verblijfskosten

Vergoeding conform   Reisbesluit

Onbelast deel   (besluit 23 juni 2014)

Onbelast deel

(per 1-1-2015)

Kleine uitgaven   overdag

€ 4,50

€ 4,-

€ 4,06

Kleine uitgaven ‘s   avonds

€ 13,43

€ 8,05

€ 8,16

Een lunch

€ 14,18

€ 8,30

€ 8,42

Een avondmaaltijd

€ 21,45

€ 20,81

€ 21,12

Logies

€ 85,40

€ 84,46

€ 85,39

Een ontbijt

€ 8,34

€ 10,77

€ 8,43

 

Vergoedt u als werkgever meer? Dan behoort de vergoeding tot het loon. Onder de werkkostenregeling kunt u de vermelde bedragen (onbelast deel) aanwijzen als gericht vrijgestelde eindheffingsbestanddelen. Voor zover u meer vergoedt, kunt u de vergoeding rekenen tot het individuele loon van uw werknemer òf aanwijzen als eindheffingsbestanddeel. Als u het bovenmatige deel van de vergoeding aanwijst als eindheffingsbestanddeel, bent u 80% eindheffing verschuldigd voor zover de vergoeding niet binnen de vrije ruimte past (2015: 1,2%).

Verblijfkosten buitenland onbelast

Nieuw sinds 17 december 2014 is dat de vergoedingen volgens het reisbesluit Buitenland wel onbelast zijn voor verblijfkosten bij buitenlandse dienstreizen. Hierop is één uitzondering. Als u de kosten van een overnachting niet aannemelijk kunt maken, dan voorziet het Reisbesluit in een vergoeding van 11,34 euro (niet gericht vrijgesteld onder de WKR).