Fiscale eindejaarstips 2016

Eindejaarstips 2016

Maak nu gebruik van de fiscale mogelijkheden. Voor veel regelingen betekent dat: actie ondernemen vóór 31 december van dit jaar. Onze eindejaarstips helpen u daarbij.

Tips voor particulieren

Schenkingsvrijstellingen 2016

Hebt u de belastingvrije schenkingen aan kinderen, kleinkinderen en goede doelen al benut? De vrijgestelde bedragen voor 2016 zijn als volgt:

  • jaarlijkse schenking door ouders aan kinderen: maximaal € 5.304 per kind;
  • eenmalige schenking aan kinderen (of hun huwelijkspartner of hun geregistreerde partner): maximaal € 25.449 per kind. Het kind moet tussen de 18 en 40 jaar oud zijn (op de veertigste verjaardag schenken is dus te laat!) en vóór 1 maart 2017 moet er een schenkingsaangifte worden ingediend (waarin een beroep wordt gedaan op de vrijstelling);
  • ‘overige verkrijgers’ (zoals kleinkinderen): maximaal € 2.122 per persoon of instantie per kalenderjaar.
  • De bekende eenmalige belastingvrije schenking van € 100.000 voor – kortgezegd – de eigen woning was afgeschaft, maar komt volgend jaar (2017) weer terug!

 

Bijzonderheden:

  • de eenmalige schenking aan kinderen kan met € 27.570 belastingvrij verhoogd worden van € 25.449 naar € 53.016, als het kind de schenking gebruikt voor het kopen van een huis of het betalen van een studie. In het laatste geval moet de studie minstens € 20.000 per jaar kosten. De vrijstelling mag niet worden gebruikt voor het aflossen van een bestaande studieschuld. De vrijstelling mag daarentegen wel gebruikt worden voor het aflossen van een eigenwoningschuld;
  • als een kind vóór 2016 ook al de verhoogde vrijstelling heeft toegepast, heeft hij of zij recht op nóg een eenmalige vrijstelling van € 27.570 als die gebruikt wordt voor de aankoop van een huis of voor het aflossen van een eigenwoningschuld;
  • schenkingen aan goede doelen (zoals kerkelijke en charitatieve instellingen) zijn vrijgesteld van schenkbelasting. Hoe hoog het bedrag ook is. Het goede doel dient echter wel officieel erkend te zijn, door middel van een zogenaamde ʻAnbi-verklaring’.

 

Verruimde schenkingsvrijstelling voor eigen woning keert terug!

De in 2013 ingevoerde tijdelijke verruiming van de schenkingsvrijstelling voor de eigen woning is per 2015verdwenen. De regeling had zijn werk gedaan en er was dan ook geen reden om de maatregel te verlengen. Het was daarom bepaald opmerkelijk dat deze fiscale faciliteit in het Belastingplan 2016 weer van stal is gehaald. Om budgettaire redenen ging de regeling pas in per 2017. Dat moment is nu dus (bijna) aangebroken. Voor de vrijstelling zal een bestedingsvereiste gelden (kortgezegd: de financiering van een eigen woning). Ook nu is de vrijstelling echter niet beperkt tot de relatie ouders-kinderen. Ook grootouders, ooms en tantes of goede vrienden mogen belastingvrij schenken. Wel zal er een leeftijdsvereiste gaan gelden: de begiftigde moet tussen de 18 en 40 jaar zijn (nogmaals, het werd al eerder gezegd, maar het gaat in de praktijk zo vaak fout: schenken op de 40e verjaardag is net te laat!) en verder kan men maar eenmaal in het leven gebruikmaken van deze vrijstelling. Let wel: men kan natuurlijk wel van verschillende personen (bijvoorbeeld de grootouders van weerszijde) de maximale belastingvrije schenking ontvangen.

 

Belasting terugvragen met P-formulier

Tot en met 31 december 2016 kunt u nog belasting terugvragen voor het belastingjaar 2011 (of voor latere jaren natuurlijk). Dat is niet alleen zinvol voor mensen die gedurende een korte periode inkomen hebben genoten, zoals vakantiewerkers, maar ook als u achteraf recht blijkt te hebben op een hogere heffingskorting. Deze faciliteiten kunnen van toepassing zijn als u alleenverdiener of alleenstaande ouder bent geworden. U dient wel rekening te houden met de drempelbedragen voor teruggave.

Optimaal beleggen in box 3

Vanaf 2017 gaat het systeem van belastingheffing in box 3 op de schop. Er komen wat hogere vrijstellingen, en voor de wat grotere vermogens gaat – bij een gelijkblijvend tarief van 30% – het (overigens niet voor tegenbewijs vatbare) forfaitaire rendement omhoog, waardoor per saldo veelal meer belasting verschuldigd zal zijn. Alle reden dus om extra alert te zijn op de hoogte van uw box 3-vermogen op de peildatum van 1 januari. Er zijn nog steeds verschillende mogelijkheden om het belastbare vermogen omlaag te krijgen. Hieronder laten we zien hoe u dat doet.

 

Fiscaalvriendelijke beleggingen

Al weer enige tijd geleden is de vrijstelling voor maatschappelijke beleggingen en het verstrekken van venture capital (durfkapitaal) komen te vervallen. Wel is er een vrijstelling voor groene beleggingen. Onder groene beleggingen wordt verstaan: aandelen in, winstbewijzen van en geldlening aan aangewezen groene fondsen. De vrijstelling bedraagt maximaal € 57.213. Bij ‘fiscale partners’ – zoals echtgenoten – mag het bedrag verdubbeld worden. De maximale verhoging van het heffingsvrije vermogen komt daarmee op maximaal tweemaal € 57.213 is € 114.426.

 

Let op: naast de verhoging van het heffingsvrije vermogen geldt voor de groene beleggingen nog een extra heffingskorting van 0,7% over het vrijgestelde bedrag. De heffingskorting mag worden afgetrokken van de te betalen belasting.

 

Algemene vrijstelling voor iedereen

Van het totale vermogen van de belastingplichtige is € 24.437 per persoon vrijgesteld. Voor fiscale partners wordt dit bedrag verdubbeld. Dit wordt het ‘heffingsvrije vermogen’ genoemd. Deze vrijstelling gaat extra omhoog, maar wel pas per 2017!

 

Algemene vrijstelling voor kinderen

U dient er rekening mee te houden dat het (extra) heffingsvrije vermogen voor minderjarige kinderen al met ingang van 1 januari 2012 is vervallen. Pas na het jaar waarin uw kind 18 jaar is geworden wordt zijn/haar vermogen niet meer bij u belast, maar bij het kind. En pas vanaf dat moment heeft het kind zijn/haar eigen vrijstelling.

 

Algemene vrijstelling voor ouderen

Belastingplichtigen die aan het einde van het jaar (of bij het eind van de belastingplicht) de AOW-gerechtigde leeftijd hadden bereikt, konden onder bepaalde voorwaarden gebruik maken van de zogenaamde ouderentoeslag. Deze extra verhoging van het heffingsvrije vermogen voor ouderen is echter per 2016 komen te vervallen.

 

Bijzondere vrijstellingen

Voor sommige bezittingen gelden bijzondere vrijstellingen:

  • bossen, natuurterreinen en onbebouwde gedeelten van aangewezen landgoederen;
  • voorwerpen van kunst en wetenschap, voor zover niet bedoeld als belegging;
  • voorwerpen die niet van u zijn, maar die u krachtens erfrecht wel mag gebruiken (zoals de oude Porsche die uw kinderen geërfd hebben, maar waar u zelf in mag blijven rijden); ook in dit geval mogen de voorwerpen niet bedoeld zijn als belegging;
  • rechten op kapitaalsuitkeringen bij overlijden van uzelf, uw partner of bloed- en aanverwanten, of op prestaties in natura voor een begrafenis (bijvoorbeeld: uitvaartverzekeringen), voor zover het verzekerde kapitaal of de waarde van de polis niet meer bedraagt dan € 6.956 per persoon;
  • tegoed op geblokkeerde bankrekening bestemd voor begrafenis, mits het tegoed in totaal maximaal € 6.956 per persoon bedraagt;
  • rechten op kapitaalsuitkeringen bij invaliditeit, ziekte of ongeval;
  • geld, chipkaarten, enz. bestemd voor consumentenaankopen (zoals cadeaubonnen, beltegoed, enz.) tot in totaal € 520.

Lijfrenteaftrek 2016

Voor lijfrentepremies gelden twee soorten aftrek:

  • aftrek in het kader van de jaarruimte is in principe mogelijk, mits de desbetreffende lijfrente aantoonbaar bedoeld is ter compensatie van een eventueel pensioentekort. Per geval moet uitgerekend worden hoeveel er afgetrokken mag worden;
  • aftrek in het kader van de reserveringsruimte wordt – net als bij de jaarruimte – getoetst en moet eveneens per geval berekend worden. Essentieel is hier dat er teruggekeken wordt naar de 7-jarige periode die voorafgaat aan 1 januari 2016 (had u vanaf 2009 een pensioentekort?).

 

Voor beide opties geldt: om in aanmerking te komen voor aftrek in 2016, dient u de premies ook daadwerkelijk in 2016 te betalen. De mogelijkheid om dat later te doen (namelijk voor 1 april van het volgende jaar) is enkele jaren geleden komen te vervallen. De terugwenteling van zes maanden bij staking van de onderneming en de omzetting van de oudedagsreserve, bestaat nog wél.

 

Vermogensrendementsheffing drukken

Met ingang van 2011 geldt er nog maar één peildatum voor uw vermogen in box 3, namelijk 1 januari. Dus als u van plan bent om vermogensbestanddelen uit box 1 of box 2 te verkopen (zoals een eigen huis, een ter beschikking gesteld pand of ab-aandelen), dan kunt u de verkoop daarvan het beste uitstellen tot na 1 januari van het komend jaar. Anders moet u de verkoopopbrengst op 1 januari 2017 bij uw vermogen tellen, waardoor u in 2017 onnodig veel belasting zou moeten betalen over uw box 3-vermogen. Door het zwaarder belasten in deze box van grotere vermogens vanaf 2017 geldt deze aanbeveling met nog meer kracht dan voorheen! En omgekeerd: als u van plan bent om dergelijke vermogensbestanddelen te gaan kopen (met eigen geld), dan kunt dat het beste vóór de jaarwisseling doen. Door de geplande ‘aanpassing’ van box 3 per 2017 zal het belang van deze tip alleen nog maar groter worden!

 

Tip voor dga’s

Bij het uitkeren van dividend draagt de bv 15% dividendbelasting af, waarna de dga zelf nog 10% bijbetaalt voor de inkomstenbelasting (totaal: 25% belastingheffing). Het kan dus handig zijn om tijdig een voorlopige aanslag aan te vragen. Zo vermijdt u de belastingrente en verlaagt u de grondslag voor box 3. Wees overigens voorzichtig met het uitkeren van dividend als er in uw bv ook een pensioen in eigen beheer (PEB) wordt opgebouwd. Doordat voor de vraag of er wel dividend uitgekeerd mag worden uitgegaan moet worden van de werkelijke waarde van deze verplichting en niet van de fiscale waarde is de mogelijkheid dividend uit te keren in veel gevallen niet aanwezig.

Aftrekposten

 

Datgene wat als aftrekpost in aanmerking komt, maar betrekking heeft op volgend jaar, mag u al dit jaar betalen en aftrekken (met uitzondering van vooruitbetaalde rente voor de eigen woning, die betrekking heeft op een periode die eindigt na 30 juni 2017). Hieronder geven we enkele mogelijkheden.

 

Ziektekosten

Ziektekosten (in het belastingjargon ‘specifieke zorgkosten’ genoemd) zijn nog maar in beperkte mate aftrekbaar. Ga na, voor wat betreft de zorgkosten die nog aftrekbaar zijn, of u door het vooruitbetalen van rekeningen de drempel voor dit jaar kunt slechten.

De drempels bedragen:

  • verzamelinkomen tot € 7.563 per jaar: drempel € 128;
  • verzamelinkomen € 7.563 tot € 40.175 per jaar: drempel 1,65% van het verzamelinkomen;
  • verzamelinkomen € 40.175 per jaar of meer: drempel € 662 plus 5,75% van het meerdere boven € 40.175.

Is sprake van een partner dan gelden daarvoor ook drempelbedragen. Indien er sprake is van een partner dienen de uitgaven voor specifieke zorgkosten namelijk te worden samengevoegd en geldt het gezamenlijk verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek.

De hoogte van deze drempel hangt af van uw drempelinkomen. Uw drempelinkomen is het totaal van uw inkomsten en aftrekposten in box 1, 2 en 3. Uw persoonsgebonden aftrek telt niet mee. De hoogte van het drempelbedrag verschilt als u een fiscale partner hebt, omdat dan ook met het inkomen van de partner rekening wordt gehouden;

  • verzamelinkomen tot € 15.126 per jaar: drempel € 256;
  • verzamelinkomen € 15.126 tot € 40.175 per jaar: drempel 1,65% van het verzamelinkomen;
  • verzamelinkomen € 40.175 per jaar of meer: drempel € 662 plus 5,75% van het meerdere boven € 40.175.

De volgende zorgkosten zijn nog aftrekbaar: geneeskundige hulp (met uitzondering van ooglaseren ter vervanging van een bril of contactlenzen), ziekenvervoer, medicijnen op doktersvoorschrift, overige hulpmiddelen die op voorschrift verstrekt zijn (met uitzondering van bril en contactlenzen), extra gezinshulp (hiervoor geldt een aparte drempel), medische dieetkosten (hiervoor gelden forfaitaire bedragen), extra kleding en beddengoed (hiervoor gelden forfaitaire bedragen) en reizen voor regelmatig ziekenbezoek (volgens tabel).

Al deze uitgaven hebben – fiscaal gezien – betrekking op:

  • uzelf, uw partner en uw kinderen tot 27 jaar;
  • inwonende broers, zussen en ouders die ‘zorgafhankelijk’ zijn;
  • ernstig gehandicapte personen van 27 jaar of ouder, die tot het huishouden behoren.

Scholingsuitgaven

Uitgaven voor het volgen van een opleiding of een studie zijn aftrekbaar als ze betrekking hebben op het verwerven van (meer) inkomen uit werk en als ze hoger zijn dan € 250. Het maximaal aftrekbare bedrag is € 15.000 (of meer, als u voldoet aan een aantal specifieke voorwaarden).

Ook de uitgaven voor een ‘procedure erkenning verworven competenties’ (EVC-procedure) vallen onder de scholingskosten. Het gaat daarbij om de kosten die u maakt om praktijkervaring om te laten zetten in een getuigschrift (officieel: ‘ervaringscertificaat’).

Giften

Het kan zinvol zijn om dit jaar nog een aantal giften te doen. Voor niet-periodieke giften geldt namelijk een drempel van 1% van het (gezamenlijk) verzamelinkomen vóór persoonsgebonden aftrek, met een minimum van € 60 en een maximum van 10% van het (gezamenlijk) verzamelinkomen vóór persoonsgebonden aftrek.

Houd verder rekening met de volgende zaken:

  • afzien door de vrijwilliger van een vrijwilligersvergoeding kan als gift worden aangemerkt, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, waaronder het treffen van een vrijwilligersregeling;
  • maakt u autokosten voor een goed doel, dan is maximaal 19 cent per kilometer aftrekbaar als gift voor zover die kosten naar algemeen aanvaarde maatschappelijke opvattingen behoren te worden vergoed, ook al heeft de instelling zelf geen vergoedingsregeling getroffen;
  • giften vanuit een bv kunnen heel gunstig zijn!

Aandachtspunten

  • Rijdt u jaarlijks niet meer dan 500 kilometer privé in een auto van de zaak, werk dan voor 31 december uw kilometeradministratie bij.
  • Als u rondrijdt in een ‘auto van de zaak’ kan het voordelig zijn om – zoals momenteel massaal gebeurt – uw bestaande leasecontract te verlengen. Daardoor kunt u gebruik maken van het overgangsregime, waardoor u nog geruime tijd in aanmerking komt voor de oude (lagere) bijtelling.
  • Alle woon-werkkilometers gelden als zakelijke kilometers. (Maar dan ook echt álle woon-werkkilometers, hoe vaak u ook op en neer naar huis rijdt. Dus ook de lunchkilometers.) Let er wel op dat de fiscale rechter heeft beslist dat het bij ritten met een ‘gemengd karakter’ (een buitenlandse zakenreis gecombineerd met een vakantie) toch sprake kan zijn van privékilometers.
  • Hebt u een testament, controleer dan of dat nog aansluit op uw huidige situatie.
  • Bent u getrouwd (of hebt u een geregistreerd partnerschap), controleer dan of uw huwelijksgoederenregime nog ’bijgewerkt’ moet worden. Bijvoorbeeld wat de verdeling van inkomen, winst of vermogen betreft.
  • Ga na of de huwelijksvoorwaarden (respectievelijk de partnerschapsvoorwaarden) eventueel omgezet moeten worden naar een gemeenschap van goederen of omgekeerd.

Tips voor ondernemers

Urenadministratie bijwerken

Wilt u in aanmerking komen voor zelfstandigenaftrek, startersaftrek, enzovoort, werk dan voor 31 december uw urenadministratie bij. In principe moet u uitkomen op minstens 1.225 uur per jaar. Zwangere (of inmiddels bevallen) onderneemsters en arbeidsongeschikte starters hoeven minder uren te maken.

Investeringen vervroegen of uitstellen

Om optimaal te profiteren van de fiscale voordelen is het raadzaam om goed na te denken over het tijdstip en de hoogte van uw investeringen. Misschien moet u bepaalde investeringen vervroegen of juist uitstellen tot volgend jaar.

Aandachtspunten:

  • alleen bedrijfsmiddelen vanaf € 450 komen in aanmerking voor investeringsaftrek;
  • de drempel voor de EIA, MIA en VAMIL is verhoogd. Het minimuminvesteringsbedrag per investering bedraagt € 2.500. Het drempelbedrag voor de kleinschaligheidstoeslag (KIA) is € 2.300;
  • hoe hoger het investeringsbedrag, des te lager het aftrekbare percentage. Bij investeringen boven € 311.242 per jaar (bedrag 2016), is geen aftrek meer mogelijk;
  • let er op dat u sinds 2014 geen KIA en Vamil meer kunt krijgen op milieuvriendelijke auto’s;
  • MIA geldt wel voor in de Milieulijst MIA/Vamil aangewezen personenauto’s;
  • als er sprake is van een samenwerkingsverband, dan is het niet mogelijk om een grote investering te verdelen over de afzonderlijke vennoten, om zo een hoger aftrekpercentage te behalen.

 

Willekeurig afschrijven

Als 2016 het laatste jaar is waarin u recht hebt op startersaftrek, dan is dit tevens het laatste jaar waarin u investeringen kunt doen waarop u willekeurig mag afschrijven.

Was u al van plan om nog te investeren, dan is het dus gunstig om dat dit jaar nog te doen (met een maximum van € 311.242). Het moet daarbij gaan om investeringen die ook in aanmerking zouden komen voor kleinschaligheidsaftrek.

 

Investeringsaftrek veilig stellen

Wilt u bepaalde bedrijfsmiddelen waarvoor u ooit investeringsaftrek hebt genoten weer verkopen, dan kan het gunstig zijn om de verkoop uit te stellen tot volgend jaar. Want: bij verkoop binnen vijf jaar na aanvang van het kalenderjaar waarin de investering heeft plaatsgevonden, moet de aftrek weer geheel of gedeeltelijk worden bijgeteld. Daarna niet meer.

Herinvesteringsreserve benutten

Ga na of u nog dit jaar bedrijfsmiddelen moet aanschaffen, om te voorkomen dat u uw herinvesteringsreserve verspeelt.

Aardige beloningen voor werknemers

De werkkostenregeling (WKR) geldt per 1 januari 2015 voor iedereen. De regeling was weliswaar al eerder ingevoerd, maar u mocht het oude regime nog blijven toepassen. En dat gebeurde massaal. Vergeet niet dat tal van aardige en bijzondere fiscale regelingen waarvan u in uw bedrijf wellicht gebruik maakte (zoals het bekende gouden horloge voor de jubilaris) vanaf 2015 (en dus helaas ook in 2016) gewoon onder de WKR afgehandeld moeten.

Fiets

Wat hiervoor werd opgemerkt over het gouden horloge geldt ook voor de bekende fietsregeling. Want ondanks fel verzet van de branche is de bekende en veel gebruikte fietsregeling verdwenen. Niet helemaal verdwenen natuurlijk, want ook onder de WKR kunt u gewoon een fietsplan hebben, dat dan wel ten laste zal gaan van de algemene – vrije – ruimte in de WKR.

Geschenkenvrijstelling

Onder de voorloper van de WKR (daaronder begrepen de driejarige overgangsregeling) bestonden eindheffingsmogelijkheden voor ‘geschenken’, waarmee meestal op het bekende kerstpakket werd gedoeld. Het ging daarbij vooral om de eindheffing van 20% mits het kerstpakket een waarde kende van niet meer dan € 70. Ook voor wat duurdere kerstpakketten bestond een bijzondere regeling. Dit alles is onder de WKR komen te vervallen. Geschenken (en dus ook het kerstpakket) vallen gewoon onder het bekende forfait van de WKR, tenzij u er voor kiest om een en ander gewoon – individueel – te verlonen.

Maar fiscaal bestaat er geen regel zonder een uitzondering. Op grond van het besluit van 17 december 2014 mag door de werkgever belastingvrij een attentie worden gegeven mits die losstaat van de dienstbetrekking en wordt gegeven uit wellevendheid, sympathie of piëteit of op grond van een persoonlijke relatie. De Belastingdienst neemt in elk geval aan dat geen sprake is van loon als een werkgever diens werknemer een persoonlijke attentie geeft in situaties waarin ook anderen dan de werkgever een dergelijke attentie plegen te geven bij de desbetreffende gelegenheid. De attentie mag niet bestaan uit geld of waardebonnen en geen hogere (factuur)waarde hebben dan € 25.

Loon in natura

Sommige vormen van loon in natura kunnen nog steeds fiscaal aantrekkelijk zijn. Zo is ook onder de WKR (weliswaar in iets gewijzigde vorm) de regeling voor producten van het eigen bedrijf blijven bestaan.

Kilometervergoeding

Onafhankelijk van het gebruikte vervoermiddel geldt een belastingvrije vergoeding van (nog steeds) 19 cent per kilometer. Dus niet alleen voor auto’s, maar ook voor fietsen en scooters.

Personeelsvereniging

Ook onder de WKR blijft het mogelijk dat de werkgever een fiscaalvriendelijke bijdrage levert aan de personeelsvereniging. Daarvoor moet de PV dan wel aan enkele voorwaarden voldoen. Zo dient de PV onafhankelijk (van de werkgever) te zijn, mag zij geen uitkeringen of verstrekkingen doen aan de werknemers en mag de werkgever financieel niet meer bijdragen aan de vereniging dan de werknemers. Ook dient tenminste driekwart van de werknemers van dezelfde locatie te mogen deelnemen. Ten slotte dient de vereniging op incidentele basis iets te organiseren wat als een ‘ondergeschikte voorziening’ voor de werknemers gezien kan worden. Het meest voor de hand liggend daarbij is natuurlijk het organiseren van een uitstapje of een feestavond.

Let op bij de laatste btw-aangifte

Verzorgt u zelf uw btw-aangifte, voorkom dan boetes en rente door bij de laatste aangifte van dit jaar goed op de volgende punten te letten:

  • btw-correctie privégebruik personenauto (zie ook het artikel hierna);
  • correctie in het kader van de bedrijfskantineregeling;
  • overige correcties, zoals verstrekkingen aan het personeel (denk aan het kerstpakket!), relatiegeschenken, enzovoort;
  • herziening voorbelasting investeringsgoederen.

Op grond van nieuwe wetgeving bent u voortaan verplicht om zelfstandig een aanvullende (suppletie)aangifte te doen als er een bedrag aan btw bijbetaald moet worden. Let verder op het feit dat de fiscus intensief speurt naar ‘balansschulden’. Dat zijn in de jaarrekening gepassiveerde bedragen aan omzetbelasting, waarvoor echter (nog) geen aangifte is gedaan. U kunt in zulke gevallen rekenen op een naheffingsaanslag, uiteraard met een fikse verhoging.

Btw-correctie privégebruik personenauto

De bekende bijtelling voor een auto van de zaak geldt ook voor de btw. Maar aangezien u in de loop van het jaar gewoon álle btw voor brandstof en reparaties enzovoort hebt afgetrokken, moet u daar aan het eind van het jaar een correctie (terugbetaling) voor toepassen. Vanaf 2015 geldt voor alle auto’s een correctie van 2,7% van de catalogusprijs (incl. btw en BPM). Vanaf het zesde gebruiksjaar wordt de correctie echter verlaagd naar 1,5% van de catalogusprijs.

Btw besparen bij verkoop bedrijfspand

Stel dat u in de afgelopen tien jaar een nieuw bedrijfspand hebt laten bouwen waarvoor u destijds btw-aftrek hebt gekregen. Als u dat pand rond deze tijd wilt verkopen, waarbij de verkoop is vrijgesteld van btw, dan kunt u de verkoop het beste uitstellen tot ná 31 december 2016 (vooropgesteld dat het boekjaar gelijk is aan het kalenderjaar).

Dat scheelt u een extra btw-afdracht. Want gedurende negen boekjaren volgend op het boekjaar waarin u het pand bent gaan gebruiken, geldt de zogenaamde herzieningstermijn. Die houdt in dat u voor elk boekjaar van de resterende herzieningstermijn 10% van de afgetrokken btw weer terug moet geven aan de fiscus.

Belastingplan 2017

Het wordt een beetje saai: evenals het Belastingplan 2016 is het Belastingplan 2017 een inhoudelijk wat mager (alhoewel toch bestaande uit zes verschillende wetsvoorstellen) Belastingplan. En opnieuw was weer veel uitgelekt. Een kort overzicht;-

-          Veel geld is gemoeid met de koopkrachtmaatregelen. De algemene heffingskorting en de ouderenkorting zullen fors
           stijgen. Dit wordt echter grotendeels betaald door de werkenden, die er dan ook volgend jaar minder op vooruit 
           gaan dan eerder werd gedacht;

-          De belastingtarieven in de tweede en derde schijf stijgen beide met 0,4 procent.

-          Het toptarief in de belastingheffing begint volgend jaar al bij een wat lager inkomen;

-          De innovatiebox (een speciaal tarief binnen de vennootschapsbelasting) zal worden aangepast om de toegang tot
           deze faciliteit minder eenvoudig te maken. Deze aanpassing lijkt vooral bedoeld om tax planning door grote 
           bedrijven (Starbucks, Apple) wat minder makkelijk te maken. Het MKB lijkt hierdoor niet of nauwelijks geraakt te 
           worden;

-          Vanaf 2018 en ook in volgende jaren (maar dus niet al per volgend jaar) zal de eerste schijf van 20% in de
           vennootschapsbelasting verlengd gaan worden. Dit moet worden gezien als een compensatie voor het feit dat  
           pensioenopbouw in eigen beheer niet meer mogelijk is;

-          In vennootschapsbelasting (artikelen 10a en 15ad Vpb.) worden enkele renteaftrekbeperkingen met het oog op   
            excessieve schuldfinanciering doorgevoerd. Ook deze maatregelen lijken het MKB niet direct te raken;

-          Voor (de dga’s van) startende bv’s die aan speur- en ontwikkelingswerk doen komt een aparte regeling voor het
           gebruikelijk loon (art. 12a wet LB 1964). Deze dga’s hoeven geen salaris van € 44.000 (of meer) op te nemen. 
           Volstaan mag worden met opnemen wettelijk minimum loon. Indien wel meer wordt opgenomen dan is dit uiteraard
           belast. De regeling geldt voor drie kalenderjaren;

-          Alhoewel natuurlijk geen deel uitmakend van het Belastingplan 2017 zijn de al eerder aangenomen maatregelen die 
           per 2017 in werking zullen treden nu opeens bijzonder actueel. Genoemd kunnen worden de al genoemde terugkeer
           van de belastingvrije schenking van € 100.000, de Autobrief 2.0 (met grote gevolgen voor bijtellingspercentages) en
           de eveneens al genoemde wijzigingen in box 3 van de inkomstenbelasting;

-          Voor de heffing van de btw gaat een ruimer begrip ‘bouwterrein’ gelden.

-          Het wordt eenvoudiger (en het kan ook eerder!) om in geval van niet-betaling van een eerdere verzonden btw-
           factuur de eerder afgedragen btw terug te vragen bij de Belastingdienst;

-          De btw-vrijstelling voor niet-winstbeogende watersportorganisaties voor lig- of bergplaatsen voor vaartuigen wordt 
           ingeperkt.

-          De fictieve dienstbetrekking voor commissarissen en leden van een Raad van Toezicht verdwijnt.

-          Personen die een toeslag aanvragen, krijgen in eerste instantie een voorschot ter grootte van het bedrag waarop de
           toeslag waarschijnlijk wordt vastgesteld. Daarna vindt een definitieve vaststelling van de toeslag plaats onder
           verrekening van het voorschot.


Uitfasering pensioen eigen beheer

Verreweg het belangrijkste wetsvoorstel binnen het Belastingplan 2017 is het wetsvoorstel ‘Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen’. Door dit wetsvoorstel verdwijnt de mogelijkheid van de dga om in zijn of haar eigen bv een pensioen op te bouwen. Met andere woorden: vanaf 1 januari 2017 is het niet meer mogelijk om nog fiscaal gefacilieerd nieuwe pensioenaanspraken op te bouwen in eigen beheer. Er kan dus ook niet meer worden gedoteerd aan eventueel al opgebouwde rechten. Alle bestaande pensioenaanspraken worden op die datum dus bevroren. De voorstellen voorzien in fiscale regelingen om de mogelijkheid van uitfaseren van het pensioen in eigen beheer aantrekkelijk te maken. Kort gezegd zal de dga een keuze moeten maken uit drie mogelijkheden: afkopen (gedurende de jaren 2017, 2018 en 2019 met korting!), omzetten van de voorziening in een soort van bankspaarproduct bij de eigen bv en de voorziening gewoon laten staan. In de laatste twee varianten is oprenting nog (beperkt) mogelijk, doteren daarentegen niet meer.

De dga dient de Belastingdienst te laten weten welke keuze gemaakt zal worden en ook of de (gewezen) partner hiermee heeft ingestemd. Mocht een deel van de pensioenvoorziening zijn herverzekerd bij een externe verzekeraar dan kan worden overwogen om dit bedrag nog dit jaar terug te halen naar de bv. Vanaf 2017 (en verder) is dit niet meer mogelijk omdat de eigen bv dan geen toegelaten verzekeraar meer is. 

Let er verder op dat wanneer de aandelen van de bv waarin het pensioen is ondergebracht toebehoren aan een ander dan de pensioengerechtigde (vaak zijn dat de kinderen) en de pensioenrechten door de dga zonder verdere compensatie worden prijsgegeven de aandelen van die bv waarschijnlijk in waarde zullen stijgen. Hierdoor kan – zo is nadrukkelijk aangegeven – schenkbelasting verschuldigd zijn.



Bron: Nieuwsbrief oktober 2016, Van der Kolk Belastingadviseurs