Fiscale eenheid VPB over de grens mogelijk

In drie zaken bij Hof Amsterdam is beslist dat de Nederlandse regeling voor de fiscale eenheid in strijd is met de Europese vrijheid van vestiging. Een korte bespreking van deze zaken en de nieuwe mogelijkheden die hierdoor ontstaan.

(On)mogelijkheden vóór de drie uitspraken: Op grond van de Nederlandse vennootschapsbelasting kan een in Nederland gevestigde moedermaatschappij een fiscale eenheid met een in Nederland gevestigde kleindochteronderneming vormen wanneer zij deze kleindochter bezit via één of meer in Nederland gevestigde vennootschappen, maar niet wanneer de moedermaatschappij de kleindochter bezit via niet in Nederland gevestigde vennootschappen zonder vaste inrichting (vi) in Nederland.

Verder kan op grond van de Nederlandse wet ook geen fiscale eenheid worden gevormd als twee in Nederland gevestigde zustervennootschappen een gemeenschappelijke moedervennootschap hebben die niet in Nederland is gevestigd en ook niet beschikt over een vaste inrichting in Nederland.

Wat zijn de gevolgen van de uitspraken? Uit de arresten van het Hof van Justitie van de EU van 12 juni 2014, nrs. C-39/13 en C-41/13, ECLI:EU:C:2014:1758 is gebleken dat de Nederlandse regeling in strijd is met de Europese vrijheid van vestiging (artikelen 49 VWEU en 54 VWEU). Hof Amsterdam heeft in verschillende zaken op grond van deze jurisprudentie beslist dat de inspecteur het vormen van de fiscale eenheid voor de VPB moet toestaan in de volgende situaties:

  1. Fiscale eenheid VPB tussen moedermaatschappij en kleindochter met een niet in Nederland gevestigde vennootschap zonder vaste inrichting in Nederland (C-39/13 en C-41/13 HvJ); en
  2. Twee in Nederland gevestigde zustermaatschappijen waarvan de gemeenschappelijke moeder niet in nederland is gevestigd (C-40/13, ECLI:EU:C:2014:1758).

Reactie van staatssecretaris Wiebes op de uitsprakenBij een Hofuitspraak zou je normaliter verwachten dat er cassatieberoep wordt aangetekend, maar de uitspraak van Hof Amsterdam is gebaseerd op prejudiciële vragen die het Hof heeft gesteld aan het Hof van Justitie EU. Wiebes heeft zich hierbij neergelegd en zal volgens een bericht van het ministerie van Financiën geen cassatie instellen tegen de uitspraak. De bedoeling is dat Wiebes in de eerste helft van 2015 zal komen met een wetsvoorstel teneinde het fiscale-eenheidsregime in de Vpb in overeenstemming te brengen met het Europese recht. Op korte termijn zal er een beleidsbesluit uitkomen (inmiddels verschenen, zie nr.  BLKB2014/2137M) waarin Wiebes zal goedkeuren dat verzoeken voor fiscale eenheden zoals in de zaken bij Hof Amsterdam ingewilligd kunnen worden. Belangrijk om te weten is dat de uitbreiding van het fiscale-eenheidsregime wordt beperkt tot buitenlandsituaties in relatie tot andere lidstaten van de Europese Unie en Noorwegen, Liechtenstein en IJsland.



Bron: Fiscaal Totaal