Duidelijkheid over toepassing (forfaitaire) BTW correctie prive gebruik

Vanaf 1 juli 2011 wordt de btw bijtelling voor prive gebruik van een auto van de zaak anders berekend en kan worden gekozen voor forfaitaire bijtelling van in beginsel 2,7%. De nieuwe regeling is op 3 april 2014 voorgelegd aan de belastingrechter.

Tot 1 juli 2011 sloot de btw-correctie aan bij de bijtelling/onttrekking voor de IB en LB, maar een dergelijke regeling was strijdig met de btw-richtlijn omdat hiermee een onderscheid werd gemaakt tussen milieuvriendelijke en -onvriendelijke auto's terwijl er voor de toepassing van het Besluit uitsluiting aftrek (BUA) sprake was van gelijke gevallen. In het voor deze regeling gewezen (eind)arrest in de Laarhoven-zaak (30 november 2012, nr. 08/01579 bis, LJN BY4581) oordeelde de Hoge Raad dat moest worden vastgesteld of de Nederlandse regeling tot een hogere heffing leidt dan het op proportionele wijze rekening houden met de daadwerkelijke omvang van het privégebruik en de daaraan verbonden kosten.

Vanaf 1 juli 2011 is het privégebruik onder artikel 4, lid 2 Wet OB een (fictieve) belaste dienst als voor de auto recht op btw-aftrek is ontstaan. Er wordt aangesloten bij het werkelijke privégebruik en de daadwerkelijk daaraan volgens artikel 5a Uitvoeringsbeschikking OB toerekenbare kosten. Als uit de administratie van de ondernemer niet blijkt in hoeverre de auto voor privédoeleinden is gebruikt en welke kosten hieraan zijn toe te rekenen, mag de verschuldigde btw per auto worden vastgesteld via een forfaitaire berekening (besluit nr. BLKB2012/639M). Hierbij wordt uitgegaan van de cataloguswaarde inclusief btw en BPM.

Het Laarhoven-arrest speelt ook een rol in de op 3 april 2014 gewezen uitspraken van Rechtbank Gelderland (nrs. 13/2854, ECLI:NL:RBGEL:2014:2197, 13/2856, ECLI:NL:RBGEL:2014:2198, 13/2857, ECLI:NL:RBGEL:2014:2199 en 13/2858, ECLI:NL:RBGEL:2014:2200). De betreffende zaken gaan over 2011 zodat zowel de oude als de nieuwe regeling van toepassing waren. De inspecteur heeft in de zaak nr. 13/2857 na bezwaar een jaarberekening gemaakt met toepassing van de nieuwe regeling. Meerdere belastingplichtigen hebben er voor gekozen om het forfait toe te passen omdat geen kilometeradministratie is bijgehouden en vechten daarna de btw-bijtelling aan.

Bezwaar tegen eigen toepassing forfait mogelijkDe Rechtbank concludeert dat ook bij toepassing van het 'nieuwe' forfait moet worden vastgesteld of hierdoor een hogere heffing ontstaat en sluit hiervoor aan bij artikel 75 btw-richtlijn dat bepaalt dat moet worden geheven over het bedrag van de door een belastingplichtige voor het verrichten van de diensten gemaakte kosten. De bewijslast ligt bij de belastingplichtigen en zij slagen er niet in aannemelijk te maken dat sprake is van een hogere heffing. Er kan niet worden volstaan met schattingen en berekeningen uitgaande van een gemiddelde brandstofprijs en een gemiddeld brandstofverbruik.

Geen uitzondering voor gebruikte auto'sDe inspecteur heeft terecht ook bij de verwerving van een gebruikte, niet-marge, auto rekening gehouden met de aanschafkosten. Verder is er geen reden om voor het privégebruik van een dergelijke auto het verlaagde forfait van 1,5% toe te passen.

BPM telt niet mee voor gemaakte werkelijke kostenHet forfait wordt ook berekend over het BPM-bedrag, maar dit geldt niet voor de berekening van de werkelijke kosten. De inspecteur heeft dan ook bij de berekening van de voor het privégebruik gemaakte kosten slechts de kosten waarop omzetbelasting drukt in aanmerking genomen en de BPM buiten beschouwing gelaten.

Het nieuwe besluit is EU-bestendig en de btw-correctie rechtsgeldigUit het Laarhoven-arrest volgt dat het niet van belang is of het nieuwe forfait al dan niet in strijdig is met EU-recht; het betreft immers een keuzemogelijkheid. Hierbij kan worden opgemerkt dat in de Wet uitwerking autobrief is aangegeven dat het forfait nog niet in de Wet OB is opgenomen in afwachting van formele goedkeuring door de Europese Commissie.Dat de nieuwe btw-correctie na inwerkingtreding van de Wet uitwerking autobrief met terugwerkende kracht is ingevoerd, doet niet af aan de rechtsgeldigheid omdat er slechts sprake is van een andere berekeningswijze en niet van het 'opeens' corrigeren van de btw-aftrek voor privégebruik. Aangezien tot 1 juli 2011 een aftrekuitsluiting was opgenomen in het BUA, betekent het vervallen van de oude forfaitaire regeling verder niet dat er tot die datum ten onrechte btw is voldaan voor privégebruik van een auto van de zaak.

Ook beperkte aftrek bij operational lease of huurEr is alleen sprake van een fictieve dienst als de auto kan worden aangemerkt als een investeringsgoed. Een lease- of huurauto kan hier niet mee gelijk worden gesteld en valt dus buiten de btw-correctie. Dit maakt echter per saldo niet uit omdat de btw op de kosten slechts aftrekbaar is voor zover de auto voor btw-belaste, zakelijke doeleinden wordt gebruikt. Doordat een lease- of huurauto per saldo gelijk wordt behandeld als een tot het ondernemingsvermogen behorende auto, is ook geen sprake van strijdigheid met het neutraliteitsbeginsel.

Correctie niet beperkt tot de eigen bijdrageDe Rechtbank oordeelt dat de van werknemers ontvangen eigen bijdragen onder zowel de oude als de nieuwe regeling niet bepalend zijn voor de aftrekcorrectie. Onder de oude regeling werd op grond van het BUA bij de correctie rekening gehouden met dergelijke eigen bijdragen. In de nieuwe regeling wordt de correctie terecht berekend over de 'normale waarde' in plaats van de eigen bijdrage. Anders dan de belastingplichtige betoogt, is de ophoging naar de normale waarde niet beperkt tot gevallen waarin fraude en belastingontwijking vaststaat. Ook kan niet worden gezegd dat deze maatregel om fraude en belastingontwijking te voorkomen verder gaat dan strikt noodzakelijk (proportionaliteitsbeginsel) én hoefde een dergelijke maatregel niet eerst aan de Europese Commissie te worden voorgelegd.



Bron: Fiscaal Totaal