Detailgegevens administratie hoeven niet altijd te worden bewaard

Hof Den Bosch, 20 augustus 2016

X drijft een Chinees-Indisch restaurant en is administratieplichtig in de zin van artikel 52 AWR. Hij maakt gebruik van een geautomatiseerd bestellingen- en afrekensysteem. Bepaalde gegevens die worden ingevoerd in het systeem worden bewaard. Er zijn ook detailgegevens (zoals aantallen bestelling, prijs per artikel, tafelnummer, afrekening per ober, etc.) die niet bewaard worden. Naar aanleiding van een boekenonderzoek stelt de inspecteur dat X in de jaren 2004 tot en met 2006 niet heeft voldaan aan zijn administratieverplichtingen.

Hof Arnhem-Leeuwarden (nrs. 12/00544 tot en met 12/00548, ECLI:NL:GHARL:2013:5304) heeft geoordeeld dat het niet bewaren van de detailgegevens geen schending van de administratieverplichtingen oplevert. De Inspecteur is er volgens het Hof voorts niet in geslaagd om de omzetcorrecties aannemelijk te maken. De navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, naheffingsaanslagen omzetbelasting en boeten zijn daarom door het Hof vernietigd. De staatssecretaris heeft tegen dit oordeel cassatieberoep ingesteld.

De Hoge Raad (nr. 13/04127, ECLI:NL:HR:2015:1740) oordeelde dat de detailgegevens in beginsel onder de in artikel 52, lid 4 AWR opgenomen bewaarplicht vallen omdat met behulp van deze gegevens de verantwoorde omzet kan worden geverifieerd. De gegevens hoeven echter niet te worden bewaard indien de administratie voldoende andere gegevens bevat die een afdoende controle binnen een redelijke termijn van de verantwoorde omzet in geld mogelijk maakt.

Uit de uitspraak van het Hof blijkt echter niet dat het Hof heeft onderzocht of de administratie voldoende andere gegevens bevat voor een dergelijke controle. Het oordeel van het Hof dat het niet bewaren van de detailgegevens geen schending van de administratieverplichtingen oplevert, berust daarom op een onjuiste rechtsopvatting, aldus de Hoge Raad. De zaak werd verwezen naar Hof Den Bosch.

Verwijzingshof Den Bosch is van oordeel dat het geconstateerde gebrek niet zodanig ernstig is voor het verstrekkende gevolg van de toepassing van omkering en verzwaring van de bewijslast. Voorts oordeelt het verwijzingshof dat de Inspecteur, behoudens een correctie tussen 5 januari 2004 en 19 april 2004, niet aannemelijk heeft gemaakt dat X omzet of winst niet heeft verantwoord.

PDe navorderingsaanslagen, naheffingsaanslagen en boeten worden dienovereenkomstig vernietigd dan wel verminderd.



Bron: Fiscaal Totaal