Besluit prijsgeven pensioenrechten DGA

Het door een DGA bij zijn eigen BV op te bouwen pensioen in eigen beheer was altijd een van de grote voordelen van de BV. Immers, fiscaal bezien pakte men wel de aftrekpost voor betaalde pensioenpremies, maar per saldo verliet geen cent de onderneming. Waarmee dat geld beschikbaar bleef voor de financiering van die onderneming. Maar door diverse oorzaken hebben veel BV’s onbetaalbare pensioentoezeggingen gedaan aan hun DGA. Er werd daarom op aangedrongen dat – net als bij pensioenfondsen – in eigen beheer opgebouwde pensioenen zonder ingrijpende fiscale gevolgen afgestempeld mochten worden. In het Belastingplan 2013 is een regeling geïntroduceerd die het voor de DGA mogelijk maakt om zonder heffing van loonbelasting en revisierente af te zien van een in eigen beheer opgebouwd pensioen (artikel 19b negende lid Wet op de loonbelasting 1964). Hieraan zijn echter wel strenge voorwaarden gesteld. Die voorwaarden zijn nu in een nieuw Besluit (nr. BLKB 2013/27M) vastgesteld. Een van de voorwaarden om te mogen afstempelen is dat als gevolg van reële ondernemings- of beleggingsverliezen sprake is van een dekkingsgraad van 75% of lager. Daarnaast gelden nog andere voorwaarden. Zo moeten alle betrokkenen zich akkoord verklaren met de afstempeling. En zijn er in dezelfde BV diverse pensioenen ondergebracht dan moeten alle pensioenen evenredig worden verlaagd. Het grote voordeel van afstempelen is dat door een verlaging van de pensioenuitkeringen het beter mogelijk is de uitkeringen te spreiden over de verwachte uitkeringsduur. Zonder afstempeling moet het toegezegde (hoge) pensioen worden uitgekeerd tot de pensioenpot leeg is. Het Besluit is in werking getreden met ingang van 19 maart 2013 en werkt terug tot en met 1 januari 2013. Let er goed op dat het nu verschenen Besluit de afstempeling betreft van nog niet ingegane pensioenen die op de ingangsdatum afgestempeld kunnen worden. Reeds ingegane pensioenen kunnen worden afgestempeld op basis van een regeling in het Belastingplan 2013 (artikel IV).